Voorwaarden voor dienstverlening van Monumentenwacht

Voorwaarden voor dienstverlening

1. Elk lid (eigenaar of beheerder van het erfgoedobject in kwestie) van Monumentenwacht verklaart kennis te nemen van en in te stemmen met deze voorwaarden.
De provinciale Monumentenwachten en Monumentenwacht Vlaanderen verrichten al hun werkzaamheden met inachtneming van deze voorwaarden.

2. Monumentenwacht beoogt de valorisatie van het waardevol erfgoed in Vlaanderen, inzonderheid door het bevorderen van de instandhouding ervan. De nadruk ligt op het stimuleren van een regelmatig onderhoud van het beschermd en beschermenswaard erfgoed. Hiertoe worden voor de leden initiatieven met een preventief karakter ontwikkeld, zoals regelmatige inspecties gekoppeld aan rapporten over de toestand, monitoring en meting, adviesverlening, kostprijsindicaties en kleine noodherstellingen.

3. Het lid meldt een te inspecteren object (gebouwen en interieurs met kunstvoorwerpen, en archeologisch erfgoed) aan bij Monumentenwacht in de provincie waar het gelegen is.
Voor varend erfgoed wordt een lidmaatschap afgesloten met Monumentenwacht Vlaanderen.
Het lid verbindt zich ertoe het jaarlijkse lidgeld en de vastgestelde inspectievergoeding te betalen.
Het lidgeld en de inspectievergoeding kunnen te allen tijde worden aangepast door een beslissing van de provincieraad of deputatie, of in geval van Monumentenwacht Vlaanderen – de Raad van Bestuur.
De inspectievergoeding wordt om de 2 jaar in januari aangepast aan de index van de consumptieprijzen.
Een overzicht van de tarieven voor de reguliere en gespecialiseerde dienstverlening zijn terug te vinden in de tarievenfolder en op de website.
Het lidmaatschap is geldig voor één jaar. Op het einde van het kalenderjaar wordt de overeenkomst stilzwijgend van jaar tot jaar vernieuwd, tenzij zij door één van de partijen ten minste drie maanden voor het verstrijken van het kalenderjaar schriftelijk werd opgezegd.

4. De inspectie behelst een zo volledig mogelijke systematische registratie van gebreken aan die delen die zichtbaar en op redelijke wijze bereikbaar zijn. De controle op de werking van de niet erfgoedgebonden installaties en apparaten die zich in, aan of op het erfgoedobject bevinden (zoals bv. elektriciteitsvoorzieningen, verwarmingsinstallatie, …), maakt geen deel uit van de inspectie, met uitzondering van de historische voortstuwingsmiddelen van varend erfgoed en historische installaties en apparaten van werkend industrieel erfgoed.

5. Voor de veiligheid en de bescherming van zijn werknemers tijdens een inspectie volgt Monumentenwacht de wettelijke bepalingen ter zake en neemt ze de nodige maatregelen. Ook de leden worden verondersteld gevolg te geven aan de aanbevelingen voor de toegankelijkheid, de bereikbaarheid en de veiligheid van het gebouw, zoals die in het rapport zijn opgenomen. Wanneer bij een herhaalinspectie wordt vastgesteld dat aan de aanbevelingen geen gevolg werd gegeven, zullen de onveilige onderdelen niet meer geïnspecteerd worden. De monumentenwachters beslissen autonoom welke onderdelen als veilig worden beschouwd.
Wanneer de monumentenwachters tijdens een inspectie een radioactieve bliksemafleider opmerken, zullen zij dat melden aan het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. Het lid zal geïnformeerd worden over de mogelijkheden om die te verwijderen.

6. Aansluitend op de inspectie ontvangt het lid een rapport. Dit rapport fungeert uitsluitend als leidraad voor het lid, bij het uitvoeren van stelselmatige en periodieke onderhoudsbeurten en herstellingen om verval van het erfgoed te voorkomen.

7. De vermelde adviezen in het rapport zijn niet te interpreteren als werkomschrijvingen op grond waarvan de te treffen maatregelen kunnen worden uitgevoerd. Daarom kan men zich voor de uitvoering best wenden tot deskundigen die thuis zijn in het betreffende uitvoeringsterrein.

8. Afgezien van kleine gebreken die uit dringende noodzaak tijdens of aanvullend aan de inspectie verholpen worden om vervolgschade zoveel mogelijk te vermijden, voeren de monumentenwachters zelf geen herstellingswerken uit.

9. Hoewel Monumentenwacht de informatie voor haar rapporten met de grootste zorg samenstelt, zijn de adviezen en ramingen vermeld in het rapport louter indicatief, geheel informatief en niet bindend. Monumentenwacht is niet verantwoordelijk voor fouten of vergissingen en is niet aansprakelijk voor enige directe, indirecte, gevolg- of incidentele schade die voortvloeit uit het gebruik van dit document.
Inspecties worden met de grootst mogelijke zorgvuldigheid uitgevoerd. Ook hier kan Monumentenwacht niet aansprakelijk worden gesteld voor schade van welke aard ook, direct of indirect, die het gevolg is of zou kunnen zijn van het feit dat een bepaald gebrek niet of niet tijdig gesignaleerd werd.

10. De rapporten die resulteren uit de dienstverlening van Monumentenwacht worden uitdrukkelijk niet opgemaakt om wie dan ook voor de eventueel vastgestelde gebreken aansprakelijk te stellen. Ze kunnen door de leden dan ook niet in die zin gebruikt worden.

11. Monumentenwacht behoudt alle rechten met betrekking tot deze rapporten. Behoudens de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen mag niets uit de rapporten worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, op welke wijze ook, zonder de uitdrukkelijke, voorafgaande en schriftelijke toestemming van de auteur. Indien Monumentenwacht hiervoor toestemming geeft dient de gebruiker ‘Monumentenwacht’ als bron te vermelden.

12. Monumentenwacht is principieel gehouden om de informatie waarover zij beschikt, waaronder inspectierapporten, op vraag openbaar te maken (inzage verlenen, uitleg verschaffen of een afschrift overhandigen). (Decreet 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur).
De wetgeving voorziet in uitzonderingen op de openbaarheid, onder andere indien de openbaarheid afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, of, als het gaat om informatie die door een derde werd verstrekt zonder dat hij daartoe verplicht werd en die uitdrukkelijk als vertrouwelijk werd bestempeld.
Het lid geeft bij zijn aanmelding aan (via het aanmeldingsformulier) hoe het zich verhoudt ten opzichte van de openbaarheidsverplichting.
Ingeval het lid geen instantie is in de zin van het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur, kan het lid aangeven om vertrouwelijkheid van de rapporten in te roepen.
In dit laatste geval heeft het lid nog de keuze of Monumentenwacht rapporten ter beschikking mag stellen van wetenschappelijke instellingen en instanties die bevoegd zijn voor de erfgoedzorg.

13. Monumentenwacht is eraan gehouden de privacywetgeving te volgen en past zich aan aan de geldende regelgeving betreffende de verwerking van persoonsgegevens.