In de kijker: Stadhuis en Landhuis in Veurne

In Veurne pronken het stadhuis en Landhuis. Stad Veurne is eigenaar en beheerder van deze gebouwen en Benny Vandromme, verantwoordelijke afdeling grondgebiedszaken van stad Veurne, staat samen met schepen Anne Dequidt in voor het onderhoud van deze gebouwen. Hoe doen ze dat?

Het Stadhuis en het Landhuis in Veurne dateren uit begin zeventiende eeuw, maar zijn gebouwd op 13de eeuwse muurresten. De imposante Belforttoren, aanleunend tegen het Landhuis, is door de Unesco terecht als werelderfgoed erkend, en vormt samen met de natuurstenen voor- en zijgevel van het Landhuis een uniek plaatje. In het Stadhuis zijn het dan vooral de zeer rijke interieurs die in het oog springen, temeer daar heel wat zalen zo goed bewaard zijn dat de verhalen van vroeger er nog steeds ‘spreken’ tot de bezoeker. Een gebouw kan je echter – hoe waardevol ook – nooit lostrekken uit zijn omgeving: Ook de inplanting op zich van het Stadhuis en het Landhuis, tussen de Mote, het Sint-Walburgapark en de Grote Markt is bijzonder te noemen, zeker met de torens van Sint-Niklaas en Sint-Walburga in de onmiddellijke omgeving. Hoe wordt al dat moois in goede staat gehouden?

Behoud en beheer van historische panden: een evenwichtsoefening op alle vlakken

“In eerste instantie pogen we om de gebouwen, met zolders en kelders, periodiek te bezoeken. Zo maken we wel eens mee dat we een uitgehongerde duif aantreffen, of een opengewaaid luik, of een verstopte afvoer, of … .“ Tijdig ingrijpen bij kleine problemen, bespaart de stad op termijn heel wat geld uit. “In principe probeert het stadsbestuur om de grote restauraties te vermijden door tijdig onderhoud uit te voeren. Dat impliceert dan ook dat er elk jaar wel een aantal kleinere dossiers in uitvoering zijn. Restauraties worden bovendien gefaseerd uitgevoerd, om al te grote druk op het budget te vermijden.” En dat budget kan soms wel krap zijn.

”Het vinden van het nodige budget voor een goed onderhoud voor alle monumenten is voor Veurne een groot knelpunt,” beaamt Schepen Anne Dequidt, bevoegd voor het onroerend erfgoed: “Onze stad, met zijn 11.400 inwoners, torst de kosten die horen bij liefst 139 monumenten.” Het schrappen van de onderhoudspremie voor openbare besturen een aantal jaren geleden, was dan ook voor stad Veurne een serieuze mokerslag. Zowel het Landhuis, het Stadhuis als de Belforttoren zijn beschermd en zijn gelegen in een beschermd stadsgezicht. “Het gegeven dat daarbij een stelsel van premies beschikbaar is, helpt financieel uiteraard. “ zegt dhr. Vandromme: “Anderzijds werkt het premiestelsel, - en dan met name het gebrek aan continuïteit in het stelsel van onderhoudspremies -, contraproductief. Zo hadden we enkele jaren terug een uitgebalanceerd en gedoseerde aanpak van het onderhoud, binnen een globale visie, waarbij de financiering van de ene op de andere dag onderuit werd gehaald door het schorsen van de onderhoudspremieregeling. Zeer pijnlijk daarbij is dat bijvoorbeeld daardoor het buitenschrijnwerk van de belforttoren onderbroken werd tussen fase 1 en fase 2. Het kost immers tijd om het geweer van schouder te veranderen en de uitgaven af te stemmen op de nieuwe (beperktere) financiële mogelijkheden.“

Een goed beheer van gebouwen houdt ook meer in dan louter onderhoud. Leegstaande gebouwen worden op termijn zeer dure gebouwen. Het is dus belangrijk om voor historische gebouwen een (al dan niet nieuwe ) functie te geven. “Voor een openbaar bestuur betekent dit in vele gevallen een evenwichtsoefening tussen dwingende aspecten zoals erfgoedwaarde, brandveiligheid, toegankelijkheid en energiezuinigheid,”aldus Schepen Anne Dequidt: “Daar bovenop komt uiteraard nog het gegeven dat de gebruiker veelal verwachtingen heeft naar comfort en faciliteiten, die een paar honderd jaar geleden niet ter sprake kwamen. Een bestaand klooster ombouwen tot een school, is sowieso een stuk duurder en moeilijker dan een nieuw schoolgebouw uit de grond stampen.”
Ook aan deze hedendaagse eisen schenkt stad Veurne aandacht in het Stadhuis en Landhuis. Enkele jaren geleden werd een meetcampagne voor temperatuur en RV (relatieve luchtvochtigheid) opgestart. Vervolgens is werk gemaakt van isolatie en voorzetramen, en nu gaan ze aan de slag om de stookinstallatie te optimaliseren.
“Ook naar toegankelijkheid leveren we inspanningen: een toegankelijke inkomhal met balie is recent gerealiseerd in samenwerking met het agentschap onroerend erfgoed. Momenteel borduren we daarop voort met ondermeer het voorzien van een liftinstallatie en toegankelijk sanitair. Ook naar brandveiligheid, inbraakbeveiliging, waterkwaliteit, .. zijn zo al vele stappen gezet. De zorg voor dergelijk gebouw houdt dus echt niet op bij het louter onderhoudswerk.”

Monumentenwacht, partner in behoud en beheer
Stad Veurne werd lid van Monumentenwacht tijdens het opstarten van onze dienstverlening en wel voor een pakket van 10 kerken en 8 andere objecten. Inmiddels is dat patrimonium nog verder gegroeid. Benny Vandromme vindt, in zijn functie als gebouwenbeheerder, de rechtstreekse communicatie met de monumentenwachters een essentiële informatiebron voor zijn zorg voor het erfgoed. “Door elk vanuit onze invalshoek op een open manier over het object te spreken, halen we samen zeer goede resultaten. Als er problemen zijn die ik niet meester ben, kan ik dat perfect aangeven en wordt er samen gezocht naar een oplossing. Wat ik als gebruiker ook zeker kan appreciëren, is de hoge mate van deskundigheid van de monumentenwachters. Zeker voor de problemen in het interieur is de monumentenwachter interieur een quasi onmisbare hulp. Monumentenwacht als vereniging biedt daarbij het voordeel dat zij zelf periodiek een inspectie aanbieden, waarbij bovendien de rapporten zeer leesbaar en gestructureerd zijn. Het gebruik van foto’s, en het digitaal doorsturen van de verslagen, is daarbij zeker ook een pluspunt.” Daarnaast leest hij ook de onderhoudsbrochures met veel interesse. Ze vormen voor hem ook één van de inspiratiebronnen bij het opstellen van lastenboeken voor onderhoudswerken.

Van onze kant evenzeer alleen maar lof voor de betrokkenheid van stad Veurne. Peter Desmet, monumentenwachter bouwkunde in West-Vlaanderen: “Dhr. Vandromme is reeds vele jaren het aanspreekpunt voor Monumentenwacht. Gedurende al die jaren volgt hij de aanbevelingen van Monumentenwacht op, en zorgt hij met veel enthousiasme voor het onderhoud en de restauratie van de vele gebouwen.”

Steeds verder denken
Stad Veurne deed nog geen beroep op de nieuwe dienstverlening van Monumentenwacht: het meerjarenonderhoudsplan met kostenraming, maar deze lijkt hen zeker interessant. Met deze aanvullende dienst wil Monumentenwacht de aanbevelingen voor het onderhoud uit het rapport via een gebruikvriendelijk document inschatten naar kost en planning over een periode van zes jaar.
“Dat is iets wat volgens ons echt wel een nuttig instrument kan vormen, zeker als dat ook voor het beheer van interieurobjecten mogelijk zou zijn. Specifiek voor wat betreft het onderhoud van kunstwerken, ondervinden we immers al te vaak dat de prijzen die door restaurateurs voor gelijkaardige aanpak aangeboden worden, nogal uiteen lopen. Het blijft dus heel moeilijk voor ons om in te schatten welke prijs uiteindelijk normaal is om het werk degelijk te kunnen uitvoeren. Die kostenraming van Monumentenwacht zou daar dus zeker al een indicatie kunnen zijn. Daarnaast is een meerjarenonderhoudsplan een onmisbaar instrument om een beleid uit te stippelen. Ik kan me bovendien inbeelden dat gebouwenbeheerders dit plan kunnen gebruiken als leidraad om als goed huisvader op te treden.” Mogelijks wordt dit dan ook het nieuw project voor het stadhuis van Veurne.