In de kijker: Pilootproject Monumentenwacht Archeologie

Monumentenwacht breidt met “Monumentenwacht archeologie” haar dienstverlening uit naar het archeologisch erfgoed. In de aanloop naar de activering, werden in 2010 een aantal pilootinspecties uitgevoerd. Kijk en lees meer over de proefinspectie op het voormalige abdijdomein van Roosendael in Sint-Katelijne-Waver.

Sinds augustus 2010 werkt Monumentenwacht aan de uitbreiding van haar dienstverlening naar het archeologisch erfgoed. Deze dienst wordt in 2011 geactiveerd.

Monumentenwacht archeologie wil eigenaars of beheerders van bekend en waardevol archeologisch erfgoed begeleiden en ondersteunen bij het beheer en het behoud in situ (ter plaatse) van hun erfgoed.

Monumentenwacht archeologie voert dus geen opgravingen uit, maar draagt met haar dienstverlening bij tot een goede instandhouding van het erfgoed op de plaats waar het zich bevindt.

Om deze dienstverlening goed voor te bereiden, werden in de loop van 2010 een aantal pilootinspecties uitgevoerd. Eén van deze proefinspecties vond plaats in Sint-Katelijne-Waver. Daar inspecteerde Monumentenwacht archeologie in samenwerking met haar Nederlandse collega’s het als landschap beschermde domein van de voormalige abdij van Roosendael. De inspectie betrof het volledige domein, maar spitste zich voornamelijk toe op een archeologisch waardevolle zone, waar zich de ondergrondse restanten van een belangrijk deel van de eens zo imposante ‘Abtdy Van Roosendael’ zouden bevinden. Het bewaard gebleven bouwkundig erfgoed, zoals het poortgebouw, het pesthuis, het gastenkwartier, het koetshuis en de ijskelder zijn reeds lid bij Monumentenwacht en worden op regelmatige basis geïnspecteerd door de bouwkundige monumentenwachters.

Zoals dit schilderij uit omstreeks 1720 aantoont, bestond de abdij op één van haar hoogtepunten uit een monumentaal ommuurd gebouwencomplex met bijhorende tuinen en boomgaarden. Vandaag herinneren slechts enkele gebouwen aan de grandeur van weleer. (Bron: Erfgoedgids provincie Antwerpen) Maar, er bevinden zich ook veel getuigenissen ondergronds!

Een aantal gebouwen lijken op het eerste zicht volledig verdwenen. Toch vormen ze nog waardevolle getuigenissen ondergronds. Het gaat onder meer om de kerk, de pandgang en het grafveld van de abdij. Deze archeologisch waardevolle zone kreeg bijzondere aandacht van Monumentenwacht archeologie.

Binnenkort ondergaat deze zone immers een heuse gedaanteverandering, gezien het 19de eeuwse landschapspark opnieuw zal aangelegd worden.

Om het archeologisch erfgoed in deze zone in een zo goed mogelijke staat in situ te behouden en zoveel mogelijk te vrijwaren van mogelijke schade, voerde Monumentenwacht archeologie een pilootinspectie uit. Op basis van visuele waarnemingen en gesprekken werden zowel aantastingen als bedreigingen in kaart gebracht. Hierbij werd extra aandacht besteed aan de geplande heraanleg van het landschapspark.

Op basis van deze inspectie, formuleerde Monumentenwacht archeologie beheersadviezen zodat de aanwezige archeologische restanten in een zo goed mogelijke staat bewaard blijven en de impact van de geplande beheerswerken op het bodemarchief minimaal is. De geadviseerde maatregelen zijn preventief bedoeld. Zo werd bijvoorbeeld aanbevolen om een non-destructief archeologisch onderzoek, bv. een geofysisch onderzoek, te laten uitvoeren. Op die manier kunnen de ondergrondse restanten beter worden gelokaliseerd en kan bijgevolg een gerichter beheer gevoerd worden. Bovendien kunnen de resultaten van dat onderzoek gebruikt worden voor ontsluitingsdoeleinden. Voor wat de ijskelder betreft, werden concrete maatregelen geformuleerd om de betredingserosie tegen te gaan en te verminderen. Andere aanbevelingen hadden betrekking op het groenbeheer en de werkzaamheden die gepaard gaan met de geplande heraanleg van het landschapspark. Zo werd bijvoorbeeld aanbevolen om bij het kappen van de bomen de stobben te behouden. Bij het verwijderen van de wortelkluit bestaat immers een grote kans op verstoring van het archeologisch bodemarchief.

Op deze foto is de ingang van een onderaardse gang zichtbaar. In dit concrete geval werd aanbevolen om deze zone tijdens de heraanleg van het park af te zetten zodat er niet met zware machines over gereden wordt. Dit om te vermijden dat de gang zou instorten.
Deze pilootinspectie was alvast een succes. De uitdaging bestond er vooral in een afstemming te vinden tussen het beheer en behoud van het archeologisch erfgoed in situ en het landschapsbeheer (de heraanleg van het landschapspark). De aanbevelingen geven alvast een eerste aanzet hiertoe.