In de kijker: Klein Seminarie in Hoogstraten

Het Klein Seminarie in Hoogstraten worstelt zoals veel scholen in een historisch waardevol pand met een aantal problemen, maar de school bleef niet bij de pakken zitten en nam een architectenbureau gespecialiseerd in renovatie en restauratie onder de arm voor de opmaak van een masterplan voor hun site. Elke school met historische gebouwen herkent de problematiek waarschijnlijk: gebouwen die niet meer voldoen aan de verstrengde normering voor brandveiligheid, elektriciteit en toegankelijkheid; voorzieningen die niet meer tegemoet komen aan de gewijzigde verwachtingen van hun gebruikers; een algemeen plaatstekort, waardoor bepaalde functies in ruimtes worden ondergebracht die zich er niet volledig toe lenen; en het strenge imago dat het gebouw zelf uitstraalt.

Het Klein Seminarie is gelegen aan de Vrijheid, de hoofdas in Hoogstraten. Deze straat is beschermd als stadsgezicht en de school is samen met de Sint-Catharinakerk beeldbepalend. De voorbouw van het Klein Seminarie en haar kapel zijn beschermd als monument. De Eeuwfeestkapel dateert van 1935, de voorbouw zelf werd gerealiseerd tussen 1935 en 1942. Beide werden ontworpen in Art-Decostijl door architect Frans Peeters.
Manu Van Oevelen was vroeger zelf interne op school, nu is hij een 12-tal jaar directeur en volgt daarvan de laatste 10 jaar het onderhoud van de gebouwen op: “Tussen 2000 en 2005 begonnen een aantal problemen steeds duidelijker te worden. De school groeide sterk en begon te kampen met plaatsgebrek. Daarnaast waren er een aantal gewijzigde onderwijskundige noden: de wens om meer specialisatieklassen in te richten en een open leercentrum voor zelfstandig leren ter beschikking te stellen, het sanitair diende vernieuwd te worden, de accommodatie voor leerkrachten liet te wensen over en er was nood aan een gedeeltelijk overdekte speelplaats. In 2007 dienden we daarom een aanvraag voor een nieuwbouwproject in bij AGIOn (Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs), want aanvankelijk waren we ervan overtuigd dat het programma van eisen niet in de bestaande gebouwen paste.”
“Maar los van die onderwijskundige noden, groeide ook de bezorgdheid over de beschermde voorbouw en de kapel. Er kon niet meer worden voldaan aan de heersende normeringen op vlak van brandveiligheid, elektriciteit en dergelijke. Er waren ook een aantal bouwfysische problemen aan het dak en de ramen,” vertelt Dhr. Van Oevelen. “We wisten dat Frans Horsten, als secretaris van Het Convent vzw, ervaring had met de restauratie van het Begijnhof van Hoogstraten, en hebben hem bij ons uitgenodigd. Het was hij die ons aanraadde om contact op te nemen met aNNo-architecten,” aldus de directeur: “En dat resulteerde in de opmaak van het masterplan dat in 2011 werd voorgesteld. aNNo architecten wisten ons ook te overtuigen om de voorbouw toch opnieuw in te zetten als schoolinfrastructuur en zorgde ook dat er opnieuw een positieve kijk kwam op het beschermde gedeelte van de school. Een fierheid, zeg maar.”

Vanuit de specifieke noden van de school komen in het masterplan 3 krachtlijnen naar voor:
• De school wil de voorbouw terug meer inzetten als schoolinfrastructuur voor klassen, leerkrachtenaccommodatie, zorginfrastructuur en administratie, vanuit de overtuiging dat het integreren van nieuwe functies zorgt voor een betere conservatie van het monument.
• Daarnaast vinden zij het ook belangrijk om de school een meer open uitstraling te geven. Dit zou kunnen door meer inkijk en doorkijk in de school vanaf de straat te bieden, maar ook door middel van het inrichten van een betere onthaalruimte.
• En tenslotte is het de bedoeling om een duurzame en leefbare school te zijn: Enerzijds door te zorgen voor een goede brandveiligheid, toegankelijkheid en akoestiek, en een aanvaardbaar energieverbruik; en anderzijds door met bescheiden, verfrissende ingrepen het gebouw voor de leerlingen aantrekkelijker te maken.
De ambities vanuit de restauratiedefinitie voor de geklasseerde delen zijn de volgende:
• Op basis van de analyse van het masterplan wordt bepaald in welke mate geïntervenieerd kan worden in de verschillende ruimtes. De ruimtes met de hoogste architectonische en materiaalhistorische interieurwaarde zullen gerestaureerd worden. Op andere plaatsen kan i.f.v. de onderwijsbestemming sterker worden ingegrepen.
• Het integreren en verder versterken van een actief gebruik verzekert de conservering van het gebouw op lange termijn. Het is van belang om de reeds bestaande functies te behouden, uit te breiden en te moderniseren zodat de voorbouw sturend anker op de campus wordt.
• De omvang van het gebouw en de schakering van de drie vleugels zijn beeldbepalend voor het uitzicht van de Vrijheid in Hoogstraten. Dat beeld dient gerespecteerd te worden, maar kan ook juist versterkt worden bij de restauratie van het gebouw en het creëren van een nieuw onthaal aan de linkerkant van het gebouw.

Het masterplan is opgedeeld in verschillende deelprojecten die gespreid zullen worden over verschillende jaren. De oorspronkelijke hoop was dit op 12 jaar rond te krijgen. Manu Van Oevelen weet nu al dat het waarschijnlijk langer zal duren. Een aantal kleinere deelprojecten in de zone van de niet beschermde gebouwen, zoals het vernieuwen van het sanitair, zijn al uitgevoerd of zullen kortelings worden uitgevoerd. Maar de grotere deelprojecten hebben wat meer voeten in de aarde. De krijtlijnen die in het masterplan werden uitgezet, moeten nu vertaald worden naar een concreet ontwerp. De openbare aanbesteding voor de aanstelling van een architect wordt door eerdere procedurefouten opnieuw uitgeschreven, dit keer onder leiding van de Vlaams Bouwmeester. Het blijft dus voor de school een project van lange adem, maar de nodige stappen in de goede richting zijn gezet.
Het onderhoud van de schoolgebouwen kan diep in de portemonnee tasten. Hoe houdt de school het betaalbaar? Ze hopen met een gefaseerd masterplan een goed oog op het budget te kunnen houden en rekenen hiervoor natuurlijk ook op subsidies van AGIOn en het Agentschap Onroerend Erfgoed.
Daarnaast wordt het dagelijkse onderhoud van het Klein Seminarie in eigen beheer gehouden. Vier voltijdse werkmannen voeren kleine werken uit zoals metselen, vloeren, leggen van elektriciteit en plaatsen van verwarming. Op die manier worden veel kosten bespaard.
Voor kleinere onderhoudswerken kan de school beroep doen op de onderhoudspremie. Dit gebeurde onder andere al om de dekstenen van de kapel opnieuw te laten verankeren en voor de vervanging van leien en dakgoten.

Onze monumentenwachters gingen in de school al enkele keren langs voor een inspectie. Tijdens de tweede inspectie bleek dat enkele dringende werken uit het vorige rapport wel waren aangepakt, maar dat aan dit tempo het onderhoud werd ingehaald door het verval. Ze gingen in overleg met dhr. Van Oevelen en het werd hen onmiddellijk duidelijk dat - ondanks het feit dat er nog veel werk aan de winkel is - deze school zeker niet heeft stilgezeten. Dankzij het masterplan weten ze waar ze nu staan, waar ze naartoe willen, hoe ze dat gaan doen, en wanneer dat zal gebeuren. Dit laatste is uiteraard behoudens de onvermijdelijke vertragingen gezien alle processen traag verlopen door het noodzakelijke overleg met de verschillende betrokken partijen en het uiterst complexe dossier.
Dhr. Van Oevelen is van zijn kant zeer tevreden over de manier van werken van Monumentenwacht: “Toen Monumentenwacht kwam voor een inspectie aan de kapel, hebben de wachters voorgesteld om een aantal kleine noodherstellingswerken uit te voeren. Ze hebben dan een aantal lekken in de goten tijdelijk gedicht, om verdere schade te voorkomen. Dat is voor ons heel handig, natuurlijk!” De monumentenwachters gebruikten deze manier van werken omdat de gevolgschade van de vroegere lekken in de goten op die manier stabiel blijft tot aan de restauratie die zal starten over een kleine 10 jaar.
Manu Van Oevelen weet dat hij nog een lange weg te gaan heeft: “Maar ik kan deze werkwijze zeker aanraden aan andere scholen met historische panden. En dat deed ik ook al. Ik heb bijvoorbeeld een presentatie gegeven in het Sint-Jan Berghmanscollege in Antwerpen.”
“Voor ons blijft het een grote zorg om het project betaalbaar te houden. We hopen dus op een sober en betaalbaar ontwerp. Daarnaast is ook het feit dat alle betrokken partijen tot een compromis moeten komen een heikel punt. Reeds tijdens de opmaak van het masterplan werd al samengewerkt met Onroerend Erfgoed en overlegd met de brandweer en het Centrum voor Toegankelijkheid, omdat de wensen van deze partijen vaak echt haaks tegenover elkaar staan. Maar we hopen dat met overleg alles uiteindelijk een goede koers gaat varen.”
Het is voor Monumentenwacht duidelijk dat het Klein Seminarie er verder voor wil gaan en alles op alles zet om het goed gestarte project ook tot een goed einde te brengen. En de directie zal dit doen met oog en respect voor hun gebouw én voor de beleving van de medewerkers, studenten en andere gasten in het gebouw. Wij wensen hen alvast alle succes toe!