In de Kijker: De Onze-Lieve-Vrouwebasiliek in Tongeren

In Tongeren domineert de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek de aanblik van het stadsplein. Maar niet alleen het exterieur van de basiliek is monumentaal, ook de kerkschat is indrukwekkend in omvang en waarde. Het onderhoud van dit geheel is geen kleinigheid. De opvolging is dan ook een hele klus voor de kerkfabriek.

In Tongeren is men fier op het cultuurhistorisch erfgoed. De stad kan dan ook een indrukwekkende geschiedenis voorleggen. In elke terugblik wordt steevast verwezen naar Ambiorix, koning der Eburonen, die het de Romeinen knap lastig maakten rond 54 v.C. Zowel in de oude stadskern, als op het platteland, zijn talrijke getuigenissen terug te vinden over die periode.

Toch hoeft men om de geschiedenis van Tongeren op te snuiven, niet noodzakelijk diep te graven. Door een kijkje te nemen in de hoogte, tegenover het standbeeld van Ambiorix, botst de bezoeker op een prachtig gotisch bouwwerk; de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek.

De buitenkant van de basiliek mag dan wel in het oog springen, wat er binnenin huist, is evenzeer de moeite waard. De kerkschat van de basiliek is zeer omvangrijk. Bovendien gaat het om een zeer gevarieerde collectie; van schilderijen, over reliekhouders tot bustes en edelsmeedwerk. Net die variatie aan materialen en voorwerpen, maakt de verzameling zo waardevol en uniek. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de kerkfabriek beroep doet op Monumentenwacht Interieur voor advies op het gebied van onderhoud. Albert Boulet is de administrator van de kerkfabriek. Hij volgt de werken in de basiliek op de voet.

Over de inspecties van Monumentenwacht Interieur is meneer Boulet zeer tevreden. De verslagen van de inspecties maken duidelijk waar de problemen zich bevinden. Met een collectie van om en bij de 800 stukken, is de lijst van objecten die toe zijn aan specifiek onderhoud niet kort. De meest voorkomende kwalen zijn houtborende insecten, schimmels en dus vocht.

“We proberen zo veel mogelijk de aanbevelingen van Monumentenwacht Interieur op te volgen, maar gezien de omvang van de collectie is dat niet evident. Een aantal factoren spelen een belangrijke rol. Het financiële aspect is vaak doorslaggevend. Met restauratiepremies hebben we al een aantal zaken aangepakt. Maar uiteraard dekken die premies niet alle kosten.”

De Onze-Lieve-Vrouwebasiliek staat op de lijst van beschermde monumenten. Dat is een terechte erkenning, maar het brengt ook heel wat verplichtingen met zich mee. “Voor het onderhoud van de basiliek en de collectie, werken we met een groepje vrijwilligers. Die mensen doen hun uiterste best. Maar om tegemoet te komen aan die verplichtingen, is vaak zeer specifieke kennis nodig. Heel wat vragen in verband met het onderhoud, overstijgen het technisch kunnen van onze ploeg.”

In de inspectieverslagen geven de monumentenwachters
interieur waar mogelijk specifieke onderhoudstips mee. Bij wijze van voorbeeld, voeren de wachters ook zelf af en toe onderhoudswerken uit. Zo gingen ze reeds over tot een anoxibehandeling van een waardevol houten heiligenbeeld, het afstoffen en stofvrij inpakken van grote schilderijen op doek, het fixeren en behandelen van gepolychromeerde reliekhouders en van schilderijen op paneel en het herschikken van oude boeken ter voorkoming van verdere mechanische schade (door metalen beslag).

Verder laat de kerkfabriek zich ook adviseren door specialisten en restaurateurs van het KIK (Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium).

Meneer Boulet kijkt uit naar de verbouwingen in de schatkamer. Er komt een depot dat afgestemd zal zijn op de klimatologische vereisten voor een goede bewaring van de collectiestukken. Ondertussen probeert de kerkfabriek de meest dringende problemen te verhelpen. Zo werden op aanraden van de bouwkundige monumentenwachters duivennetten gehangen in het portaal.

Nu er zoveel werken aan de gang zijn in en rond de basiliek, vindt er elke week een werfvergadering plaats. Meneer Boulet vindt zijn werk als administrator van de kerkfabriek zeer boeiend. "Ik vind het opvolgen van de werken zeer interessant, het vergt alleen heel wat tijd. Hopelijk kan ik er, eens ik op pensioen ga, nog meer tijd voor vrijmaken."